
De ParadijsvogelsSeizoen 3
Met een lach en een traan vertelt de serie de belevenissen van de dorpsbewoners die zich bij voorkeur verzamelen in het Hemelrijk, het café van de flamboyante, ongetrouwde Catho en haar mooie pleegdochter Leentje. Het centrale thema in de Paradijsvogels is het dagelijkse leven van gewone Vlaamse mensen. Simpele, wat karikaturale volksfiguren, wie levensritme bepaald wordt door geloof, het werk, het café, het geld en natuurlijk de liefde.
Where to Watch De Paradijsvogels • Seizoen 3
12 Episodes
- De longontsteking
A1De longontstekingRietje Rans heeft een zware longontsteking en ligt op sterven. Hij wordt berecht, maar naarmate de uren vorderen komt hij er langzaam, maar zeker door. Rozeke, zijn dochter, kan hem nu ook zeggen dat ze in verwachting is. Beide aanstaande grootvaders, Pier de smid en Rietje Rans, genieten samen van dit nieuws bij een goed glas wijn. - De dief
A2De diefRietje Rans komt bij de pastoor met een brief van zijn zoon, Xaveer, die in Belgisch Congo zit, en schrijft dat hij gaat trouwen. Flavie heeft het moeilijk om als weduwe een café annex slagerswinkel te beheren. Vooral met een knecht die liever lui is dan moe en op de koop toe nog steelt. Met de hulp van de champetter zal ze de dief betrappen. - Mirakel van Sint Elooi
A3Mirakel van Sint ElooiPhilomene wil een cafe annex souvenirswinkel beginnen om de bedevaarders op te vangen die naar de 'miraculeuze' kerk van Sint Elooi komen. Daarom bouwt ze haar 'beste kamer' om, met hulp van de koster. Haar oudste zoon, Jan, komt thuis, na vijf jaar verblijf in Gent, maar de winkel vraagt meer aandacht. Tot Pier verschijnt en tamelijk hardhandig Philomenes droom aan scherven slaat. - De nieuwe burgemeester
A5De nieuwe burgemeesterHippoliet, 24 jaar lang burgemeester van Leiedonck, ziet het niet meer zitten en wil een opvolger aanduiden, in afwachting van nieuwe verkiezingen. Naar ieders mening moet dat Pier de smid worden. Alleen Pier twijfelt daaraan. Aangezien in het gemeentehuis verfraaiïngswerken aan de gang zijn, wordt de gemeenteraad gehouden in 'De Bonte Os'. Pier wordt als dienstdoend burgemeester verkozen. - De kunsttentoonstelling
A7De kunsttentoonstellingHippoliet heeft geen zin om de openingsrede uit te spreken op de tentoonstelling van de schilderijen van Frits Van Daele. Hij stuurt de champetter naar Pier om dat werk voor hem te doen, hoewel Piers benoeming tot burgemeester nog niet is gearriveerd. Philomene beweert zelfs dat dat nooit zal gebeuren. Na veel over en weer geloop komt de champetter eindelijk toch bij Pier terecht, die de tentoonstelling zal openen, op zijn manier. - De doop
A8De doopDe zieke pastoor heeft de kapelaan als hulp gekregen. Het is een eigenwijs ventje, kersvers van het seminarie. Het eerste wat hij te doen krijgt is de doop van Lieskes dochterje, een kind zonder vader. Na een vrolijk feest vindt Pier, de peter, dat het kind niet volgens de regels van de kunst is gedoopt. Hij zal het eens overdoen. - De geboorte
A9De geboorteBij Rietje Rans is de spanning te snijden. Rozeke staat op het punt te bevallen. Bij Fritz Van Daele komt hoog bezoek: koningin Elisabeth, incognito, komt zijn tentoonstelling bekijken. De staatsveiligheid moet Pier bij Rietje komen zoeken om hem op zijn plicht als burgemeester te wijzen. Pier blijft liever op zijn kleinkind wachten. - Het ontslag
A10Het ontslagFritz, die gemeentesecretaris is, en een goede vriend van Polleke, heeft goed nieuws. Na veel gezoek blijkt dat Pollekes vader leeft en ergens in Chicago woont. Eindelijk is er een brief van de arrondissementscommissaris voor Pier, waarschijnlijk met zijn benoeming tot burgemeester. Tuur, Leentjes echtgenoot, is er vandoor met Nelly en met het geld van de brouwerij. Leentje blijft er moedig bij. - Kerstavond
A11KerstavondDe pastoor ligt op sterven. Pier en Rietje komen hem bezoeken. Later op de dag, als de pastoor al dood is en opgebaard, breekt Rinus binnen. Hij komt de pastoor bedanken voor diens bemiddeling bij de gevangenisdirecteur. Rinus heeft vastgezeten omdat hij onvrijwillig Lus de stroper heeft doodgeschoten. Rinus praat met de dode, tot grote ontsteltenis van Aspasie, Pier en de kapelaan die hem betrappen.




